De harde realiteit en hoop in Napels

Vico Esclamativo, verhalen uit de wijk Rione Sanità.

Een bijzonder project dat onder vuur ligt. De Catacombe di San Gennaro. Niet omdat het niet goed loopt, niet omdat er fraude wordt gepleegd, maar omdat er geld te halen valt. In 15 jaar tijd, zijn de Catacombe di Napoli van 6000 bezoekers per jaar naar 100.000 bezoekers per jaar gegroeid.

Een magische plek met als leider Don Antonio Lofreddo die cultuur en kunst inzet als wapen tegen criminaliteit, wanhoop, onwetendheid, en kansloosheid. Een plek waar het Vaticaan in Rome nooit naar om heeft gekeken en nooit een cent heeft geïnvesteerd. Don Lofreddo heeft het zelf van hen in beheer gekregen. Nu dat het zo goed loopt, wil het Vaticaan en La Commissione di Archeologia Sacra della Santa Sede de Catacombe in Napels weer in eigen beheer hebben met een terugbetaling van 50% van de gemaakte inkomsten.

Van het entreegeld van de bezoekers en van particuliere giften zijn de werknemers, allemaal in eerste instantie kansarme jongeren uit de wijk Rione Sanità, betaald voor hun met passie uitgevoerde werk. Daarnaast is het geld geïnvesteerd in het uitvoeren van restauraties en werkzaamheden om deze plek toegankelijk te maken voor de bezoekers, zelfs met rolstoel. Iets waar ze in Rome nooit aan hebben bijgedragen. De 50% zou voor de Catacombe en de jongeren die er werken het einde betekenen. Het einde van een project dat het leven heeft veranderd van heel veel  jongeren.   Een project dat letterlijk van beneden is opgebouwd, zal worden overgenomen van boven…

Soms vragen mensen mij : hoe zit het met de maffia in Napels, merk je daar iets van?  Misschien is een betere vraag: wie en wat is nou de echte maffia?

Na het ophalen van 27.000 handtekeningen in 1 dag, voor een petitie en een persoonlijk brief gericht aan de Paus, lijkt het erop dat er een oplossing wordt gezocht, hoewel sinds gisteren het nieuws is dat ze don Antonio Lofreddo van het project af willen halen…. onacceptabel….dus wordt vervolgd… Teken hier de petitie om het protest te steunen!

Hier het verhaal van Raffaele, een jongen uit de wijk Rione Sanità die dankzij de Catacombe di San Gennaro een nieuwe kans heeft gekregen in zijn leven. Toen ik afgelopen week op bezoek was bij de Catacombe San Gaudioso die ook horen bij het project, kon ik niet nalaten te vragen hoe het met Raffeale gaat. En het gaat goed! Hij is bezig met een werkstage als kok bij een restaurant in Posillipo en het lijkt erop dat hij binnenkort hier vast aan het werk kan gaan!

Dit verhaal is te vinden in het boek Vico Esclamativo geschreven door de 24 jarige Chiara Nocchetti uitgegeven door de uitgeverij Edizioni San Gennaro. Jammergenoeg leveren ze alleen in Italie.

Op een nacht, 15 jaar geleden ben ik gestopt met praten.

Mijn vader werd van zijn bed gelicht, ik sliep naast hem.

Weer een nieuwe veroordeling voor een nieuwe misdaad, de laatste van een eindeloze reeks die hem 30 jaar lang achter de tralies heeft gehouden.

Ik herinner me het geluid van voetstappen en het geschreeuw, mijn vader die plotseling opstaat en in de nacht verdwijnt. Mijn moeder die huilde.

Ik was vier jaar oud en stopte met praten.

In mijn hoofd vond ik voor alles een reden, een aaneenschakeling, maar niets veranderde in woorden.

Ze leken mij gevaarlijk en ongemakkelijk.

De stilte was het enige waar ik controle over had.

Het enige, in de oneindige chaos die me omringde.

 

Mijn vader is er niet, mijn moeder heeft geen werk, mijn zusje is nog klein.

Iemand moet verantwoordelijkheid nemen, iemand moet het doen.

Ik begin op mijn twaalfde, ik werk in een bar, in een pizzeria, in een winkel.

Hoofd naar beneden, langzaam aan.

Met een achternaam die als een rotsblok op mijn schouders rust, iedereen weet wie mijn vader is, iedereen weet bij wie ik hoor.

Daar waar ik vandaan kom, wordt een bloedband niet zomaar uitgewist.

 

Ze proberen me te laten praten, er komen geen woorden uit.

Ze rollen, ze haken in elkaar, ze glijden tussen mijn tanden door.

Ik stamel, ik blokkeer.

Ik ben moe, als een marathonloper in een eindeloze race.

Ik beheers de stilte, maar niet de ruis om mij heen.

En dat waar ik geen controle over heb, neemt de controle over van mij.

.

Mijn vader komt vrij, na een lange veroordeling, zwaar als een metalen ketting.

Hij komt thuis.

Mijn moeder huilt.

Mijn zus kent hem niet.

Ik adem langzaam in en uit, het is mijn eigen bloed, zeg ik tegen mezelf, ik moet hem een kans geven.

Op eerste kerstdag vind ik hem liggend op bed.

Hoofd achterover, lange gestrekte armen.

Hij was opnieuw begonnen heroïne en methadon te gebruiken.

Ik stuur hem weg, de woorden komen eruit als een oude schreeuw, het is mijn onderbuik die spreekt.

Mijn zus màg hem niet op deze manier zien, mijn moeder kàn hem niet op deze manier zien.

Ga weg, ga!

Mijn eigen vlees en bloed.

Ga!

 

Twee dagen later vinden we hem dood terug onder de metro Piazza Cavour.

Mijn eigen bloed.

Hoe zou ik jou ooit uit kunnen wissen?

 

In deze dagen, in dezelfde uren, belandt mijn moeder in het ziekenhuis.

Ze heeft keelkanker, kwaadaardig en wreed.

Ze wordt naar de operatiekamer gebracht.

Red haar, red mijn eigen bloed, wis het niet uit.

Ik begraaf mijn vader alleen, mamma is in het ziekenhuis.

De operatie is spoedig verlopen, zeggen de doktoren, jullie hebben geluk gehad.

Ik lach, om dit nieuwe woord dat ik niet ken en niet bij mij hoort.

 

Het is nacht en er waait een warme wind.

Het is september, oktober is nog ver weg en alles lijkt nog steeds mogelijk.

Ik sta op het plein in mijn wijk La Sanità, vele gezichten om mij heen.

Plotseling en snel vliegen er 36 kogels op ons af.

Het ziet eruit als een regen van zand en tranen.

Iedereen rent, iemand valt.

Genny, voor mij, valt neer in een bewegingloze windvlaag.

Ruis neemt opnieuw de controle van mij over.

Ik ren hard, zo hard als ik nog nooit in mijn leven heb gerend.

Ik ga naar huis en neem wat slaappillen in.

Ik ga een maand niet naar buiten, ik ga zelfs niet naar de begrafenis.

Angst verslindt mijn maag en ketent mijn gedachten.

Ik heb stilte en geen woorden nodig.

 

Een paar maanden later, in zit in de auto.

Een vriend vraagt ​​mij over die avond.

“Als ik mijn geweer had gepakt, zeg ik hem, dan zou het allemaal anders zijn afgelopen”

Ik zeg dit omdat dit het enige juiste is om te zeggen, als je opgroeit op een plek van bloed en tranen.

Ik zeg dit om respect te krijgen, ik zeg het om sterk te lijken.

Ik zeg dit omdat de woorden me snel ontglippen en ik zei nog dat ik eigenlijk de stilte verkies.

 

Na die ene zin  te hebben uitgesproken  in die auto gaat er een jaar voorbij.

Ze komen ’s nachts thuis, ze nemen me mee naar het politiebureau.

Vuurwapenbezit, dit is de aanklacht.

Er zat een microfoon in de auto en die vraag was niet zomaar.

Het wapen hebben ze nooit gevonden, het wapen dat alleen bestaat in de woorden van iemand die beeft van angst en die niets anders kent dan zich sterker voor te doen dan hij is.

Ze noemen me bij mijn achternaam, we weten wie je bent, zeggen ze.

Daar is het weer, de vlek van mijn bloedband.

Het verdwijnt niet, het gaat nooit weg.

 

Negen maanden in de gevangenis Poggioreale voor een misdaad die ik niet heb begaan en die ik niet begreep.

Ze beschuldigen me ervan een rol te spelen in de moord op Genny.

Waarom kwam je niet meer buiten?

Waarom was je niet bij de begrafenis en waarom wilde je niet getuigen?

We weten waar je vandaan komt, vertellen ze mij.

 

Een paar dagen voor de arrestatie werd mijn zoon geboren en ontdekte ik de kracht van het vader zijn.

Het zorgen voor hem en mijn partner gaf betekenis aan de dagen van pijn en geeft betekenis aan mijn bestaan nu.

Het is voor hen en dankzij hen dat ik hier ben en mijn tanden op elkaar zet.

 

Tegenwoordig werk ik in de catacomben van San Gennaro als een alternatieve gevangenisstraf en binnen een paar maanden heb ik een rechtszitting.

Ik zal proberen de vlek van mijn bloedband uit te leggen en mijn verkeerde snelle woorden te verklaren.

Precies ik, die nooit wilde praten.

Ik wist dat woorden me vroeg of laat zouden verraden.

Ik wist dat ik waarschijnlijk beter had moeten blijven zwijgen.

 

Mijn naam is Raffaele, ik ben 22 en dit is mijn verhaal.

Raffaele, 22 jaar, werkt voor de Catacombe di San Gennaro
Raffaele, 22 jaar, werkt voor de Catacombe di San Gennaro

 

Tekst: Chiara Nocchetti
Foto Giovanni Maraviglia

Vertaling: Iris de Brouwer

%d bloggers liken dit: